Ingang › Voor clinici · Laatst herzien 2026-05-17

Voor clinici en onderzoekers

Gestructureerde ingang: primaire publicaties, evidence reviews, methodologische kritiek en internationaal beleid.

Samenvatting (NL)

Deze pagina biedt zorgprofessionals en onderzoekers een gestructureerde route door het dossier rond het Dutch Protocol: chronologische primaire literatuur (Cohen-Kettenis 1998 → de Vries 2014 → van der Loos 2023), de vier grote evidence-reviews sinds 2020 (NICE, COHERE, SBU, Cass), de methodologische kritiek op het Amsterdamse cohort, het internationale beleidslandschap en de officiële reactie van Amsterdam UMC.

Abstract (EN)

A structured entry for clinicians and researchers: chronological primary literature (Cohen-Kettenis 1998 → de Vries 2014 → van der Loos 2023), the four major evidence reviews since 2020 (NICE, COHERE, SBU, Cass), methodological criticism of the Amsterdam cohort, the international policy landscape, and the official response from Amsterdam UMC.

Klinische analyse

Voor een werkende clinicus is de hoofdvraag bij Dutch Protocol-literatuur: hoe verhouden de drie pivotale Amsterdamse publicaties (Cohen-Kettenis & van Goozen 1998, Delemarre-van de Waal & Cohen-Kettenis 2006, de Vries et al. 2014) zich tot de hedendaagse evidence-base? De volgende drie observaties geven richting.

Ten eerste: de Vries 2014 (n=55) is geen prospectieve gerandomiseerde studie maar een cohort-vergelijking zonder controlegroep, met uitval en zonder pre-registratie. Carmichael et al. (2021), de Britse poging tot replicatie in de Tavistock Early Intervention Study, toonde geen psychologische verbetering op CBCL/YSR-uitkomstmaten — een resultaat dat de Amsterdamse bevindingen niet bevestigt.1 Ten tweede: de vier grote evidence-reviews (NICE 2020, COHERE 2020, SBU 2022, Cass 2024) classificeren de bewijsbasis voor GnRHa en CSH bij minderjarigen onafhankelijk als "zeer lage zekerheid" (GRADE).2 Ten derde: de hedendaagse adolescente populatie verschilt fundamenteel van het oorspronkelijke n=55-cohort: vaker biologisch vrouwelijk, vaker later onset, vaker hoge psychiatrische comorbiditeit.

Voor klinische besluitvorming betekent dit dat een werkend protocol moet expliciteren (i) op welke evidence het zich baseert, (ii) hoe het omgaat met de GRADE-classificatie "zeer lage zekerheid", (iii) hoe de criteria zich verhouden tot de Amsterdamse oorspronkelijke inclusie-/exclusiecriteria, en (iv) welke uitkomstmaten worden gebruikt voor evaluatie. Een gestructureerde route door deze bronnen volgt in de zeven onderstaande secties.

Onderliggende dossiers

Voetnoten

  1. Carmichael P, Butler G, Masic U, et al. Short-term outcomes of pubertal suppression in a selected cohort of 12 to 15 year old young people with persistent gender dysphoria in the UK. PLoS ONE. 2021;16(2):e0243894.
  2. Cass H. Independent review of gender identity services for children and young people: final report. NHS England; April 2024.