Protocol › Oorsprong · Laatst herzien 2026-05-16

Oorsprong: VUmc Amsterdam, jaren tachtig en negentig

Samenvatting

Het Dutch Protocol ontstond eind jaren tachtig en begin jaren negentig aan het VU Medisch Centrum (VUmc) in Amsterdam. Het bouwde voort op de volwassen transgenderzorg van Louis Gooren en op de kinder- en jeugdpsychologische afdeling onder leiding van Peggy Cohen-Kettenis. De doorslaggevende innovatie — toediening van GnRH-agonisten aan een 13-jarige adolescent — wordt gedateerd op 1987–1988 en is gedocumenteerd in het casereport van Cohen-Kettenis en van Goozen uit 1998.

1. Voorgeschiedenis: volwassenenzorg

Vanaf 1972 verzorgde de Vrije Universiteit Amsterdam genderzorg voor volwassen transseksuele patiënten, onder leiding van endocrinoloog Louis Gooren.1 Het ontstaan van een multidisciplinaire benadering voor minderjarigen kwam voort uit de samenwerking met de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie.

2. De casus van 1987–1988

In 1987–1988 werd voor het eerst een GnRH-agonist voorgeschreven aan een dertienjarige adolescent (biologisch vrouwelijk) met aanhoudende kruisgendere identificatie sinds de vroege kindertijd. De casus werd in 1998 gepubliceerd door Peggy Cohen-Kettenis en Stephanie van Goozen onder de titel "Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent" — zie /studies/cohen-kettenis-1998/.2

"Na een grondige diagnostische procedure werd vastgesteld dat dit meisje een primaire, levenslange genderidentiteitsstoornis van het transseksuele type had. (…) Hormonale vertraging van de puberteit werd als een nuttig diagnostisch instrument beschouwd."

— Cohen-Kettenis & van Goozen, 1998, p. 247 (vertaling redactie; origineel in het Engels)

3. Formalisering 2006

De gestandaardiseerde versie van het protocol werd in 2006 beschreven door Henriette Delemarre-van de Waal (kinderendocrinoloog, VUmc) en Cohen-Kettenis in European Journal of Endocrinology — zie /studies/delemarre-2006/.3 Dit artikel geldt als de canonieke beschrijving van het protocol in zijn oorspronkelijke vorm.

4. Sleutelfiguren

NaamFunctiePeriode
Louis GoorenEndocrinoloog, transgenderzorg volwassenen1972–2005
Peggy Cohen-KettenisKlinisch psycholoog, hoofd kinder- en jeugdteam1987–2011
Henriette Delemarre-van de WaalKinderendocrinoloog1990–2010
Annelou de VriesKinderpsychiater, follow-up cohort2000–heden
Thomas SteensmaOnderzoeker desistance2005–heden

5. Verhuizing naar Amsterdam UMC

Na de fusie van AMC en VUmc tot Amsterdam UMC (2018) is de polikliniek voortgezet onder de naam Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie, onderdeel van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Voor de huidige Nederlandse praktijk zie /protocol/huidige-status-nederland/.

Kritische noot

Het protocol ontstond uit één klinische casus (1987–1988) zonder voorafgaande gecontroleerde studie. Biggs (2023) signaleert dat opschaling naar standaardbehandeling plaatsvond zonder dat de aannames eerst door onafhankelijke onderzoeksgroepen waren getoetst — een afwijking van de gebruikelijke gang in de medische wetenschap, waar nieuwe interventies eerst door RCT's worden gevalideerd.4

Zie ook

Voetnoten

  1. Gooren LJG. Care of transsexual persons. N Engl J Med. 2011;364(13):1251–7.
  2. Cohen-Kettenis PT, van Goozen SHM. Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent. Eur Child Adolesc Psychiatry. 1998;7(4):246–8.
  3. Delemarre-van de Waal HA, Cohen-Kettenis PT. Clinical management of gender identity disorder in adolescents. Eur J Endocrinol. 2006;155(S1):S131–7.
  4. Biggs M. The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68.