Beleid
SGP stelt Kamervragen na melding van overleden patiënt in Dutch Protocol-onderzoek
SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelt minister Hermans zeventien vragen over de onderbouwing van het Dutch Protocol, met daarin een vraag over een patiënt die overleed na complicaties door puberteitsremmers — en de constatering dat Nederland regret en detransitie niet systematisch bijhoudt.

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelde begin juni 2026 zeventien schriftelijke vragen aan minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) over de wetenschappelijke onderbouwing van het Dutch Protocol. Aanleiding is een recente analyse die concludeert dat dertig jaar onderzoek naar puberteitsremmers en kruishormonen bij minderjarigen met genderdysforie geen betrouwbaar bewijs heeft opgeleverd. Tussen de vragen door zit een detail dat nauwelijks media-aandacht kreeg: Van Dijk vraagt de minister te bevestigen of een mannelijke patiënt is overleden aan complicaties na een ingreep die nodig was doordat puberteitsremmers de ontwikkeling van penis en scrotum hadden geremd.
Wat Van Dijk precies vraagt
De kern van de vragenset raakt niet aan het bestaansrecht van transgenderzorg, maar aan de kwaliteit van het bewijs waarop het Dutch Protocol al drie decennia rust. Van Dijk vraagt onder meer of de minister het "methodologisch fundament" van de behandeling "uiterst wankel" acht, nu Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hun eigen richtlijnen al hebben herzien. Ook wil hij weten of kinderen en ouders expliciet worden geïnformeerd over het gebrek aan overtuigend bewijs dat puberteitsremmers en hormoonbehandeling suïcidaliteit of depressie verminderen — iets wat meerdere systematische reviews inmiddels concluderen.
Een sterfgeval dat niet eerder publiek werd gemeld
Het meest verontrustende onderdeel van de vragenset is feitelijk het kleinst: één zin die verwijst naar een patiënt die overleed aan complicaties na een colovaginoplastiek. Die ingreep was volgens de vraagstelling nodig omdat puberteitsremmers de ontwikkeling van penis en scrotum hadden geremd, waardoor er onvoldoende weefsel beschikbaar was voor een gangbare vaginoplastiek. Van Dijk vraagt de minister expliciet of dit overlijden onafhankelijk is onderzocht en of het is gemeld bij de daarvoor bestemde medisch-ethische toetsingscommissie. Belangrijk om hier scherp te zijn: dit is een vraag van een Kamerlid op basis van signalen uit de onderzoeksliteratuur, geen vastgestelde uitspraak van het ministerie. Op het moment van schrijven heeft de minister deze specifieke vraag niet publiekelijk bevestigd of ontkend.
Wat Nederland niet systematisch bijhoudt
Een tweede, minder dramatisch maar structureel punt loopt als rode draad door de vragen: Nederland houdt complicaties, spijt en detransitie na puberteitsremmers en hormoonbehandeling niet systematisch bij. Er bestaat geen centraal register waarin bijwerkingen, heroverwegingen of het stopzetten van behandeling routinematig worden vastgelegd en gepubliceerd. Zonder die cijfers kan geen enkele partij — niet de Gezondheidsraad, niet de klinieken, niet de Kamer — met zekerheid zeggen hoe vaak behandeling spijt, complicaties of detransitie tot gevolg heeft. Elders in het netwerk is dat probleem cijfermatig uitgewerkt: een recente studie naar vier verschillende profielen van detransitie laat zien hoe uiteenlopend en onderbelicht dat traject is, zoals op genderrisico.nl wordt beschreven.
De aanleiding: dertig jaar onderzoek zonder betrouwbaar bewijs
Van Dijk baseert zijn vragen expliciet op de analyse van psychiater Kathleen McDeavitt en methodoloog J. Cohn, die eerder dit jaar concludeerden dat drie decennia Dutch Protocol-onderzoek nooit de methodologische kwaliteit heeft gehaald die nodig is om medische beslissingen met levenslange gevolgen op te baseren — een analyse die eerder op deze site is uitgewerkt. Diezelfde zwakke bewijsbasis kwam ook naar voren in de veelgeciteerde VUmc-cohortstudie, waarvan de mediane follow-up nog geen vijf jaar bleek te bedragen en waarin detransitie na chirurgie nooit werd gemeten. De Kamervragen zijn in die zin geen politieke aanval op zorgverleners, maar een poging om precies de vragen te stellen die de onderzoekslijn zelf al openliet.
Bron versus duiding
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen wat vaststaat en wat nog vraag is. Vaststaand is dat Van Dijk deze zeventien vragen heeft ingediend en dat ze zijn gepubliceerd door de SGP zelf. Nog niet vaststaand is of het gemelde sterfgeval daadwerkelijk heeft plaatsgevonden zoals beschreven, en of er inderdaad geen onafhankelijk onderzoek naar is gedaan — dat moet blijken uit het antwoord van de minister, dat op het moment van publicatie nog niet was verschenen. Onze duiding is dat de vragen, los van de uitkomst van dat ene sterfgeval, een structureel gat blootleggen: zolang complicaties en detransitie niet systematisch worden geregistreerd, kan geen enkele partij de veiligheid van het Dutch Protocol met harde cijfers onderbouwen — in beide richtingen.
Bronnen
SGP, "Kamervragen onderbouwing puberteitsremmers en hormonen" (1 juni 2026). Online: sgp.nl/actueel/nieuws/kamervragen-onderbouwing-puberteitsremmers-en-hormonen. Aanvullende berichtgeving: Cvandaag, "SGP stelt Kamervragen over onderbouwing puberteitsremmers en hormoonbehandelingen bij kinderen" (3 juni 2026). Online: cvandaag.nl.
Bron
Bram Kortekaas
Redactie