Beleid
Nederlandse bio-ethicus in NTvG: herzie het Dutch Protocol op basis van de Cass Review
Bio-ethicus Jilles Smids stelt in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dat de Nederlandse richtlijn voor transgenderzorg aan minderjarigen achterloopt: hormonen zouden pas na psychosociale zorg mogen volgen.

Nederlandse artsen moeten hun eigen richtlijn voor transgenderzorg aan minderjarigen herzien, en puberteitsremmers en kruishormonen pas inzetten als uiterste middel, nadat psychosociale begeleiding is geprobeerd. Dat betoogt bio-ethicus Jilles Smids in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) in een artikel getiteld "Internationale kritiek op het Dutch protocol". Zijn stelling: de Nederlandse richtlijn loopt inmiddels internationaal achter, terwijl het land waar het protocol ooit ontstond zelf geen aanleiding ziet om de bewijsbasis opnieuw tegen het licht te houden.
Wat Smids precies stelt
Smids wijst op de Britse Cass Review, het vierjarige onafhankelijke onderzoek van kinderarts Hilary Cass naar de wetenschappelijke onderbouwing van jeugd-genderzorg (zie het dossier over de Cass Review). Die review concludeerde dat de evidence voor puberteitsremmers en kruishormonen bij minderjarigen "opvallend zwak" is, en dat routinematige verstrekking niet te verantwoorden is zonder eerst uitgebreide psychologische exploratie. Smids' punt is niet dat Nederlandse clinici geen holistische zorg zouden bieden — hij stelt juist dat veel Nederlandse teams dat in de praktijk al doen — maar dat de officiële richtlijn die stap formeel niet voorschrijft. Daardoor ontbreekt een dwingend kader, en blijft de keuze voor directe medicalisering afhankelijk van het individuele team.
Een ongemakkelijk verschil met de eigen cijfers
Dat pleidooi voor terughoudendheid krijgt extra gewicht wanneer je kijkt naar wat de eigen Nederlandse data laten zien. Het Amsterdamse VUmc publiceerde een cohortstudie over twintig jaar genderzorg die als bewijs van zorgvuldigheid werd gepresenteerd — maar zoals eerder op deze site werd beschreven, bedroeg de mediane follow-up van patiënten in die studie nog geen vijf jaar, en is detransitie na chirurgie nooit gemeten. Een recente systematische review gaat nog verder en noemt de zekerheid over bijna elk onderzochte effect van puberteitsremmers "zeer laag" — een analyse die in detail te lezen is op puberteitsremmers.nl. Smids' oproep om hormonen pas als laatste stap in te zetten, sluit rechtstreeks aan bij wat die bewijsanalyses laten zien: niet dat de behandeling bewezen schadelijk is, maar dat de aannames waarop zij rust nooit stevig zijn getoetst.
Waarom de Gezondheidsraad dit niet oplost
Het zou voor de hand liggen dat het advies van de Gezondheidsraad van eind juni 2026 over transgenderzorg voor jongeren deze discussie beslecht. Dat gebeurt niet. De Gezondheidsraad noemt de bestaande Nederlandse praktijk "zorgvuldig ingericht", maar erkent tegelijk dat belangrijke gevolgen — met name voor vruchtbaarheid en cognitieve ontwikkeling — onvoldoende zijn onderzocht. Smids' artikel verscheen weliswaar voor dat advies, maar zijn centrale punt blijft daardoor onverminderd overeind: een richtlijn die zorgvuldigheid claimt zonder een verplichte stap van psychosociale exploratie vooraf, biedt clinici geen dwingend houvast om terughoudend te zijn, ook niet wanneer individuele twijfel gerechtvaardigd is. Zolang die stap ontbreekt, blijft het verschil tussen "wat sommige teams al doen" en "wat de richtlijn voorschrijft" bestaan — en dat verschil is precies waar Smids de vinger op legt.
Wat er voor artsen op het spel staat
Deze discussie is niet louter academisch. Zoals de juridische analyse op deze site laat zien, verschuift de aansprakelijkheid van artsen mee met de internationale bewijsbasis: het verweer "ik volgde de richtlijn" verliest kracht naarmate duidelijker wordt dat die richtlijn zelf niet is bijgewerkt aan de hand van wat evaluaties als de Cass Review, het Zweedse SBU-rapport en nu ook een Nederlandse bio-ethicus in een peer-reviewed vaktijdschrift beargumenteren. Smids beschrijft geen wetenschappelijk experiment en presenteert geen nieuwe cijfers; hij trekt een ethische en beleidsmatige conclusie uit bestaand bewijs. Die conclusie — eerst evidence-based interim-richtlijnen, hormonen als laatste stap — is een aanbeveling, geen vaststaand feit, en verdient te worden gelezen als een oproep tot herziening, niet als bewijs dat de huidige zorg schadelijk is gebleken.
Bronnen
Jilles Smids, "Internationale kritiek op het Dutch protocol", Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, jaargang 169, editie 6 (29 mei 2025). Online: ntvg.nl/artikelen/internationale-kritiek-op-het-dutch-protocol.

Nienke Vogelaar
Redactie