Aansprakelijkheid · Verweren · 2026-05-24
Verweren en wat een arts vandaag te doen staat
Wat zal een behandelend arts of kliniek aanvoeren in een tuchtklacht of civiele procedure? De verweerargumenten zijn voorspelbaar — en lang niet altijd sterk.
"Wij volgden de Nederlandse richtlijn"
Een richtlijn is geen vrijbrief. De Hoge Raad heeft herhaaldelijk uitgemaakt dat richtlijnen hulpmiddelen zijn, geen verbodsbepalingen. Wanneer internationaal substantieel afwijkende inzichten bestaan en de richtlijn niet is meegegaan met die ontwikkeling, ontstaat een zelfstandige plicht voor de individuele beroepsbeoefenaar.1 Een arts die zich uitsluitend beroept op een richtlijn die door het buitenland (Finland, Zweden, Denemarken, NHS England) én door eigen Nederlandse onderzoekers (Vrouenraets et al. 2024) wordt bevraagd, krijgt te horen dat een redelijk bekwaam vakgenoot dat signaal niet zou negeren.
"Patiënt en ouders hebben getekend"
Toestemming is alleen rechtsgeldig wanneer zij is gebaseerd op volledige en eerlijke informatie (art. 7:448 en 7:450 BW). Een handtekening op een formulier is geen bewijs van geldige toestemming als de onderliggende informatie tekortschoot. De bewijslast voor adequate informatieverstrekking ligt bij de arts — niet bij de patiënt. Zie informed consent als sterkste spoor.
"De WPATH SOC-8 is de internationale standaard"
De WPATH-richtlijn is in 2024 in opspraak gekomen door de zogenoemde WPATH Files: interne documenten waaruit blijkt dat systematische reviews die ongunstig uitpakten onder de tafel zijn geschoven, dat de leeftijdsgrenzen onder politieke druk vlak voor publicatie zijn geschrapt, en dat politieke overwegingen meegewogen zijn bij richtlijnvorming.2 De status van SOC-8 als onafhankelijke wetenschappelijke standaard is daarmee beschadigd. Beroep op WPATH ontslaat een Nederlandse arts niet van eigen kritische toetsing.
"Niet behandelen is óók schadelijk — suïciderisico"
Dit argument wordt frequent ingezet en is emotioneel krachtig: zonder behandeling zou de patiënt suïcidaal worden. De Cass Review en eerdere analyses (Biggs)3 laten zien dat de claims over suïciderisico oversimplificaties zijn. Methodologisch deugdelijk onderzoek toont géén significant effect van puberteitsremmers of hormonen op suïcidaliteit. Het argument schiet feitelijk en juridisch tekort: het kan een informatieplicht of zorgvuldigheidsnorm niet opzij zetten.
"De stand van de wetenschap rechtvaardigde het destijds"
Hier wordt het tijdsaspect cruciaal. Het ex tunc-criterium (toetsing aan wat destijds bekend was) is een geldig juridisch principe. Maar de relevante vraag wordt dan: vanaf welk moment behoorde de arts beter te weten? Voor behandelingen in 2018 ligt dat anders dan voor behandelingen in 2024. Vanaf NICE (2020) is het beroep op onbekendheid steeds zwakker geworden. Vanaf de Cass Review (april 2024) en het Amsterdamse zelfartikel van Vrouenraets et al. (december 2024) is dat beroep nauwelijks meer houdbaar.
De internationale precedenten staan er al
In het Verenigd Koninkrijk heeft Keira Bell — een vrouw die als minderjarige puberteitsremmers, vervolgens testosteron en uiteindelijk een mastectomie kreeg, en die later detransitioneerde — een procedure aangespannen tegen de Tavistock kliniek. In eerste aanleg won zij; in hoger beroep werd de uitspraak op procedurele gronden teruggedraaid, maar de inhoudelijke discussie heeft de NHS uiteindelijk tot beleidswijziging gedwongen.4
In de Verenigde Staten lopen op dit moment tientallen civiele procedures en class actions tegen klinieken en behandelaars, onder meer in Missouri, Tennessee, North Carolina en California. De juridische strategieën draaien om informed consent en het niet adequaat informeren over experimenteel karakter, onomkeerbaarheid en risico's.
In Nederland is dit terrein juridisch nog onbetreden. Maar de juridische gereedschapskist — Wgbo, Wet BIG, BW boek 6, VN-Kinderrechtenverdrag — ligt klaar. De vraag is niet óf de eerste zaken zullen komen, maar wanneer.
Wat een arts vandaag te doen staat
Dit dossier is geen aanklacht tegen artsen die te goeder trouw, binnen het toenmalige inzicht, deze zorg hebben verleend. Het is een waarschuwing voor wat vanaf vandaag wordt gedaan. Voor de arts die in 2026 patiëntcontact heeft over deze behandelingen, geldt het volgende:
- Neem actief kennis van de Cass Review, de Zweedse SBU-review, de Finse COHERE-richtlijn en het artikel van Vrouenraets et al. (2024). Niet kennen is geen verweer meer.
- Documenteer in het dossier exact welke informatie is verstrekt over onzekerheid van effectiviteit, onomkeerbaarheid, vruchtbaarheidsverlies en alternatieven. Een handtekening zonder onderliggend gespreksverslag biedt geen bescherming.
- Verzeker je ervan dat comorbiditeit (autisme, depressie, trauma, eetstoornissen) is uitgediept en zo nodig behandeld vóór een hormonale interventie wordt overwogen. Dit is geen vinkje, maar een zelfstandig zorgvuldigheidsvereiste.
- Bespreek het bestaan van desistance en het feit dat 95–98% van adolescenten na puberteitsremmers doorgaat naar cross-sex hormonen. De pauzeknop-metafoor is feitelijk onjuist.
- Wees terughoudend bij minderjarigen. De wilsbekwaamheid voor levenslang ingrijpende beslissingen is omstreden.
- Beroep je niet uitsluitend op de Nederlandse richtlijn of de WPATH SOC-8. Beide zijn omstreden. De eigen beoordeling door de individuele beroepsbeoefenaar is leidend.
- Houd er rekening mee dat dossiers tot lang na de behandeling worden opgevraagd. De verjaringstermijn voor civiele claims is 5 jaar na bekend worden van de schade, met een absolute grens van 20 jaar — en bij minderjarigen tijdens de minderjarigheid opgeschort. Een 13-jarige patiënt uit 2026 kan tot 2046 nog een vordering instellen.
Conclusie
Zelden is een tak van medische behandeling binnen vijf jaar internationaal zo ingrijpend onder vuur komen te liggen. Zeldzamer is dat de behandelaars zélf, in hun eigen wetenschappelijke publicaties, het traditionele medisch-wetenschappelijke kader voor die behandeling opzij willen schuiven.
Dat is geen achtergrondgeluid. Dat is een verschoven juridische werkelijkheid. De Wgbo verandert niet, het tuchtrecht verandert niet, het BW boek 6 verandert niet. Maar wat als goed hulpverlenerschap geldt, wat als volledige informatieverstrekking telt, en wat een redelijk bekwaam vakgenoot behoort te weten — dat verschuift. Snel.
Hippocrates schreef het al: primum non nocere — boven alles, geen schade berokkenen. Het is een verplichting die geen statistische zekerheid eist om in werking te treden. Twijfel volstaat. En die twijfel is er, en het zijn niet de critici van buiten die het zeggen, maar de behandelaars zelf. Wie nu, met die kennis, doorgaat alsof er niets aan de hand is, opereert straks niet alleen in de spreekkamer. Maar ook in de rechtszaal.
Voor wie zelf schade heeft ondervonden
Een uitvoerige handleiding voor (mogelijke) gedupeerden — herkennen van een tekortkoming, dossier opvragen, termijnen, advocaat — staat op de zustersite transitieschade.nl/handleiding-gedupeerden/.
Voetnoten
- HR 2 maart 2001 (Trombose) en latere jurisprudentie. Zie ook Legemaate J. Goed hulpverlenerschap. Sdu, 2022.
- Hughes M. The WPATH Files: Pseudoscientific surgical and hormonal experiments on children, adolescents, and vulnerable adults. Environmental Progress, maart 2024.
- Biggs M. Suicide by clinic-referred transgender adolescents in the United Kingdom. Archives of Sexual Behavior. 2022;51:685–690.
- Bell v Tavistock [2020] EWHC 3274 (Admin); [2021] EWCA Civ 1363.