"Stop this now, Minister": Vasterman over de afbraak van het oorspronkelijke Dutch Protocol
Op 31 maart 2023 publiceerde Peter Vasterman een Engelstalig stuk gericht aan de Nederlandse minister van VWS. Zijn boodschap: het oorspronkelijke Dutch Protocol bestaat in de Amsterdamse praktijk niet meer. Wat de patiënt wil, leidt; wat de patiënt nodig heeft, wordt nauwelijks nog onderzocht.
Het protocol dat zichzelf opvrat
Het Dutch Protocol uit de jaren negentig was een streng afgebakend experiment. Het werd ontworpen voor een specifieke groep: kinderen met aangetoonde, langdurige, vroeg ingezette genderdysforie, zonder ernstige comorbide psychiatrie, met stabiele gezinsachtergrond. Alleen die groep zou — na uitgebreide diagnostische evaluatie — in aanmerking komen voor puberteitsremmers, gevolgd door cross-sex hormonen en eventueel chirurgie. Vasterman documenteert dat deze criteria in de huidige Amsterdamse praktijk niet meer worden gehandhaafd. De waarborgen die het protocol verdedigbaar maakten, zijn een voor een vervallen.
Een totaal andere patiëntengroep
In de oorspronkelijke onderzoekspopulatie meldden zich vooral jongens, vaak voor de puberteit, met sterk persistente klachten. In de huidige spreekkamer dominanten tienermeisjes, vaak voor het eerst na hun twaalfde jaar, vaak met dikke psychiatrische dossiers — autismespectrumstoornis, eetstoornissen, depressie, sociale fobie, sporen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vasterman wijst erop dat deze instroom historisch niet aan de behandelcriteria voldoet. Het protocol is op deze populatie nooit gevalideerd. De kliniek behandelt ze niettemin op vergelijkbare wijze.
"Wat de patiënt wil, is leidend"
De scherpste passage in het stuk is een interviewquote van een AUMC-betrokkene die door Vasterman wordt geciteerd: what the patient wants is still leading in this whole process
. Daarmee is in één zin samengevat wat het oorspronkelijke protocol verbood. Diagnostiek, exploratie van onderliggende oorzaken, het serieus nemen van comorbide problemen — al deze stappen zijn ondergeschikt gemaakt aan de uitgesproken wens van de patiënt. Voor een jongere met meervoudige psychiatrische problematiek en sociale identiteitsvragen is dit het tegendeel van zorgvuldige zorg.
Compassie als beleidsinstrument
Vasterman documenteert een tweede uitspraak die het probleem typeert: I think the whole attitude of the VU is drenched with compassion, to relieve suffering
. Compassie is niet verkeerd. Compassie als hoofdkompas in een kliniek die onomkeerbare hormonale interventies bij minderjarigen verricht, is dat wel. Het verlangen om lijden te verlichten leidt in deze setting tot bevestiging-zonder-vraag. Wie zegt te lijden onder zijn lichaam krijgt aanbod om dat lichaam aan te passen. De vraag of dat lijden voortkomt uit gender — of uit autisme, trauma, sociale isolatie, internet-immersie — wordt niet meer expliciet onderzocht.
De glamour van het Dutch Protocol
Het derde citaat dat Vasterman optekent treft de psychologische dynamiek van de kliniek: It is difficult to step down from this glamorous pedestal
. Het AUMC is internationaal bekend geworden door het Dutch Protocol. Het heeft conferenties georganiseerd, publicaties opgebouwd, fellows opgeleid. Toegeven dat de eigen praktijk niet meer voldoet aan het oorspronkelijke onderzoeksdesign zou betekenen: het podium opgeven. Vasterman analyseert dit als een organisatorische verklaring voor het uitblijven van zelfkritiek. Wie aan het hoofd staat van een internationaal model, ontmantelt dat model niet op eigen initiatief.
Geen kritische vragen meer
Een vierde observatie: critical questions are never asked, it's all about how they and their parents cope
. In de spreekkamer wordt de jongere niet meer uitgedaagd op de samenhang tussen identiteit, lichaam, seksualiteit, traumageschiedenis en sociaal milieu. Er wordt gevraagd hoe het gezin het volhoudt, hoe school op de transitie reageert, hoe de eigen omgeving omgaat met de keuze. De keuze zelf staat niet meer ter discussie. Daarmee is psychotherapie verdwenen uit een traject dat zich nog steeds "specialistische ggz" noemt.
De conversietherapiewet als versterker
Vasterman waarschuwt minister Kuipers en Hugo de Jonge expliciet voor de geplande wet tegen conversietherapie. Goed bedoeld, vreselijk uitvoerbaar. Zoals de wet is geformuleerd, dreigt elke vorm van behandelaarsexploratie van onderliggende oorzaken te kunnen worden uitgelegd als poging om de gevoelde genderidentiteit te veranderen — en dus als strafbare conversie. Het effect is dat de prikkel om diagnostisch grondig te werk te gaan verder wordt verminderd. De wet maakt voorzichtige zorg juridisch riskant, en bevestigende zorg juridisch veilig. Dat is precies de omgekeerde wereld.
De internationale context
Op het moment dat Vasterman dit stuk publiceert, hebben Zweden, Finland en Engeland al stappen teruggezet. Tavistock staat op het punt te sluiten. De Cass Review loopt. Onafhankelijke evidence-reviews concluderen dat het bewijs voor effectiviteit en veiligheid bij minderjarigen ontoereikend is. Nederland — uitvinder van het protocol — staart en wacht. Vasterman draait dit om: juist omdat Nederland de ontwerper is, draagt Nederland de eerste verantwoordelijkheid om openlijk de tussenbalans op te maken. "Stop this now, Minister" is een directe oproep aan de politiek om die rol op te nemen.
Wat dit stuk politiek doet
Het is een ongebruikelijke stap: een Nederlandse onderzoeker schrijft in het Engels een directe aanklacht tegen de eigen nationale kliniek, gericht aan de eigen minister. De Engelstalige vorm is geen toeval. Vasterman richt zich net zo goed tot de internationale lezerspubliek dat Nederland nog steeds als gids voor genderzorg ziet. Zijn boodschap aan dat publiek: hou op met Nederland te citeren alsof het Dutch Protocol nog bestaat. De praktijk in Amsterdam is iets anders geworden — en dat iets anders is op cruciale punten zwakker dan wat het ooit was.