Van evidence-based naar denial-based medicine
Jacques Robert, emeritus hoogleraar geneeskunde aan de Universiteit van Bordeaux, publiceerde in september 2025 een vernietigende analyse onder de paraplu van het observatorium La Petite Sirène. Zijn stelling: de affirmatieve genderzorg is geen evidence-based geneeskunde meer, maar denial-based medicine — ontkenningsgeneeskunde.
Drie systematic reviews, één conclusie
In 2025 verschenen drie systematic reviews — verzorgd door de groep rond Gordon Guyatt (McMaster University), grondlegger van de evidence-based geneeskunde. Onderwerpen: puberteitsremmers, kruishormonen en mastectomie bij minderjarigen met genderdysforie. De methodologie was state-of-the-art: GRADE, PRISMA, voorgeregistreerd protocol. De conclusie was telkens identiek.
"Er bestaat slechts low certainty evidence (...) wat betreft de voordelen van gender-affirming care interventies."
— Guyatt-groep, BMJ Archives of Disease in Childhood 2025
Wat doet de affirmatieve lobby?
De reactie van WPATH, de Endocrine Society en hun bondgenoten was niet: de evidence onderzoeken, betere studies opzetten, voorzichtiger voorschrijven. De reactie was: de boodschapper aanvallen. Guyatt werd door zijn eigen universiteit onder druk gezet zijn financier te disavoweren. Anderen weigerden. Het tijdschrift publiceerde onverkort.
Volgens Robert is dit het keerpunt: een medische discipline die haar eigen methodologie ontkent omdat de uitkomst politiek onwelgevallig is. Geen geneeskunde meer, maar geloofsbelijdenis. Voor de patiënt — een twaalfjarig meisje met autisme dat haar lichaam haat — is dat dodelijk.
"Low certainty" is niet "geen bewijs"
Verdedigers van de affirmatieve doctrine ontwijken met een sofisme: "low certainty evidence" zou nog steeds evidence zijn, en clinici mogen op basis daarvan behandelen. Robert wijst dat smoesargument af. Bij irreversibele ingrepen — sterilisatie, mastectomie, levenslange hormonale afhankelijkheid — bij minderjarigen, is "low certainty" géén basis voor routinebehandeling. Het is een rode vlag.
"Het is diep misplaatst om zorg gebaseerd op low-certainty evidence weg te zetten als slechte zorg." — zo argumenteren voorstanders, in een omkering die Robert demaskeert: het gaat niet om "slechte zorg", het gaat erom dat zorg met onbewezen baten en aangetoonde schade niet routinematig op kinderen wordt toegepast.
Primum non nocere
Robert herhaalt het oudste principe: primum non nocere — vooral geen schade aanrichten. De Guyatt-reviews vonden lage zekerheid over de baten. Over de schade — infertiliteit, lage botdichtheid, cardiovasculaire risico's, seksuele dysfunctie, spijt — is veel meer bekend, en dat is allemaal slecht nieuws. Bij dat onevenwicht is afzien van de interventie geen onthouding van zorg. Het is goede zorg.
Wat dit betekent voor het Dutch Protocol
Het Dutch Protocol leverde de internationale blauwdruk voor pediatrische transitie. Zijn aanhangers in het Amsterdam UMC blijven volhouden dat hun aanpak "evidence-based" is. De Guyatt-reviews tonen het tegendeel. Wat het Dutch Protocol biedt is niet evidence, maar consensus binnen een gesloten beroepsgroep. Dat is precies wat Robert denial-based medicine noemt.
Wat moet er gebeuren?
- Onmiddellijke moratoria op puberteitsremmers en kruishormonen buiten goed opgezet onderzoek.
- Publieke registratie van uitkomsten: tien jaar, twintig jaar, levenslang.
- Onafhankelijke ethische commissies, niet bemand door de voorschrijvende artsen zelf.
- Strafrechtelijke aansprakelijkheid voor artsen die buiten de evidence handelen.