Ook in België stevige kritiek op rapport van de Gezondheidsraad over puberteitsremmers en hormonen bij jongeren met genderdysforie
20 juli 2026
·
De Standaard
·
Kritiek uit buitenland
Directeur van het Centrum voor Evidence-Based Medicine verwijt overheid 'schuldig verzuim'
De Nederlandse aanbevelingen over puberteitsremmers en geslachtshormonen voor minderjarigen met genderdysforie krijgen niet alleen in Nederland kritiek. Ook in België groeit de weerstand tegen de manier waarop de overheid omgaat met de wetenschappelijke onzekerheden rond deze behandelingen.
Volgens de directeur van het Centrum voor Evidence-Based Medicine heeft de Belgische overheid te lang nagelaten een grondige, onafhankelijke evaluatie van de evidentie uit te voeren. Hij spreekt van 'schuldig verzuim' omdat beleidsmakers volgens hem onvoldoende hebben gereageerd op signalen uit de internationale literatuur over de beperkte kwaliteit van het langetermijnbewijs.
De kritiek richt zich niet op het bestaan van genderdysforie of op het recht van transgender personen op zorg, maar op de medische behandeling van minderjarigen. Vooral de effecten van puberteitsremmers en vroege hormoontherapie op botgezondheid, vruchtbaarheid, seksuele ontwikkeling en psychosociaal functioneren blijven onderwerp van wetenschappelijke discussie.
Belgische genderteams benadrukken dat zij werken met een multidisciplinaire aanpak en dat jongeren niet automatisch medische behandeling krijgen. Critici antwoorden echter dat juist daarom een onafhankelijke evaluatie noodzakelijk is: wanneer behandelingen potentieel levenslange gevolgen kunnen hebben, moet de overheid volgens hen transparant zijn over wat wetenschappelijk goed onderbouwd is en wat nog onzeker blijft.
De discussie plaatst België in een bredere Europese context. Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun richtlijnen de voorbije jaren verstrengd of herzien. De vraag is nu of België dat internationale debat langer kan beschouwen als een louter buitenlandse aangelegenheid.
Bron: De Standaard